Deze column levert enige vertraging op. U, beste lezer, merkt daar niks van. Op het moment dat u dit leest is het verhaal immers geschreven. Maar voor mij ligt de hele planning van de dag enigszins overhoop. En in één moeite door help ik meteen ook de planning om zeep van degene die de tekeningen bij mijn verhaaltjes maakt.

Tekst: Martijn Schraven Illustratie: Jules Calis. Ik ben aan het loomen want Lizzy wil het leren. Wij loomden een armband

In mijn verdediging: daar is een goede reden voor. Ik ben namelijk aan het loomen. Lizzy wil het zo ontzettend graag leren en ik kan niet altijd m’n werk op de eerste plaats zetten, vind ik. Kleine bijkomstigheid is dat ik nog niet eerder geloomd heb. Voor diegene die het even gemist heeft: loomen is de eigentijdse variant van punniken. Een loomset bestaat, in ons geval, uit een plastic bewaardoos verdeeld in vijftig kleine vakjes, een soort van mini-haaknaaldje, een plastic plankje met pinnetjes en ongeveer 3,2 miljoen felgekleurde kleine elastiekjes. Er zit ook een instructiebeschrijving bij. Maar deze is even bruikbaar als een in het Swahili opgestelde magnetronhandleiding.

Online hulp inschakelen.

Ik zoek mijn heil online en kom uit bij een vlogstertje van een jaar of elf die een beginnerscursus geeft. Ik worstel me, met een paar keer een stukje terugkijken, dat geef ik toe, door een kwartier aan tienergekwebbel heen en denk het basisprincipe te snappen. Had ik al eens gezegd dat ik niet geschikt ben voor klein gefriemel? Zo niet, dan bij deze. Ik heb voor dit soort dingetjes eigenlijk ook helemaal geen geduld. Maar goed, na een hoop gezucht en enig binnensmonds gevloek is het zover. Mijn eerste loom-armbandje is een feit. Of ik trots was? Meer dan ik ooit toe zal geven. Hierna komt deel twee. Lizzy leren loomen. Lizzy heeft haar vaders ongeduld en enthousiasme. ,,Ja, nou snap ik het wel. Ik heb m’n bril op hoor!”, zegt ze nadat ik de handeling – een kwestie van de elastiekjes op een bepaalde manier in elkaar haken – amper anderhalve keer heb voorgedaan. Ik laat haar even aanklooien en doe het daarna nog een paar keer voor. (tekst gaat verder onder de reclame)

Na drie lusjes laat ik haar even zelf verdergaan zodat ik de tweeling uit bed kan halen. Ik ben bezig met Julia’s pamper als ik een luid ‘papááá’ van beneden hoor komen. ,,Ik weet niet meer waar ik ben.” Als ik vijf minuten later beneden kom zie ik dat dit klopt en dat ze lukraak lusjes over de pinnetjes heeft gehaald. We beginnen gewoon even opnieuw. En even later nog een keer.

En dan gaat de telefoon..

Ik mag dan het werk even op de tweede plek gezet hebben, dit gaat over mogelijke opdrachten voor komend weekend. Ik neem op en Lizzy zegt dat ik het niet te lang mag maken. Acht minuten later draai ik me weer om en zie dat de bak met loombandjes de aandacht van Leon en Julia heeft getrokken.  De 3,2 miljoen felgekleurde bandjes die pre-telefoongesprek nog netjes gesorteerd in de bakjes zaten, liggen nu in een grote bonte berg op en onder de tafel. Ik zal het schrijven nog even uitstellen tot na het stofzuigen. Twee uur nadat Lizzy vroeg of we alsje-alsje-alsjeblieft konden gaan loomen, bevestig ik het sluitinkje aan haar eerste zelfgemaakte loomarmbandje. Lizzy glundert van trots. Eindelijk kan ook zij loomen. ,,En zullen we nu een ring en een ketting gaan maken?”, stelt ze voor. ,,Een volgende keer”, antwoord ik. ,,Met mama.”

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Waar is het water gebleven?”, de volgende blog “Een blog uit 2017. Toch nog steeds actueel” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Tergend langzaam gleed het jacht de Waddenzee‑jachthaven bin­nen. Op de plecht stond een fors gebouwde dame quasi pro­fessioneel loodswerk te verrich­ten. Met nerveuze hand‑ en voet­gebaren  gaf zij de eveneens fors ge­bouwde roerganger aanwij­zingen. Beiden waren gehuld in de allernieuwste ex­clusieve, sportieve bootkleding. Met behulp van walkanters kon na enige tijd worden  afgemeerd.

Waar is het water gebleven? Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Het schitterende jacht trok veel bekijks. De prachtig en te­vens functionele vormgeving van het uiterlijk verried de grote klasse van het jacht. Ruim dertig meter lang en uitge­rust met de meest geavanceerde, moderne apparatuur op het gebied van navigatie en vaarbeheersing.

Het gedrag van de twee, uit Duitsland afkomstige echtelieden, deed vermoeden, dat beiden alle fijne kneepjes van het varen tot in de puntjes onder de knie hadden. De belangstel­ling voor hun vaartuig en voor henzelf streelde duide­lijk hun trots. Toen de belangstel­ling iets was afgenomen verlieten beiden het jacht voor een bezoek aan het dorp. Zij behangen met een grote hoe­veelheid gouden sieraden en kettingen en gestoken in de laatste mode uit Parijs. Hij ge­kleed in een zeemanstenue, waar zelfs een mari­ne‑admiraal jaloers op zou kunnen wor­den.

Bij de havenmeester

Na ruim vijf uur keerden zij terug naar de jachthaven. Bij het aanschouwen van de haven sloeg bij mevrouw zichtbaar de schrik om het hart. De ogen werden groot en de mond viel open. Ook meneer leek zichtbaar onthutst van de aanblik. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Zo snel als de benen hun konden dragen begaven zij zich naar het kantoor van de havenmeester. Deze stond rustig voor de deur, kauwend op een pas gedraaide sigaret, die nog niet was aangestoken, zijn ogen tuurden over het wad. Geheel buiten a­dem begon de vrouw, happend naar lucht, haar ontsteltenis aan de havenmeester kenbaar te maken.

“Wo ist das Wasser gebleben”, vroeg zij wijzend naar het drooggevallen wad.

Inwendig gierend van het lachen, maar uiterlijk in alle ernst, zei de havenmees­ter: “Tja?…..”.

“Kommt es wieder”, onderbrak de vrouw, die de wanhoop nabij leek. Van de zo profes­sioneel lijkende zeevrouw was niet veel meer over.

“Eh, ja het komt wieder”, antwoordde de havenmeester ernstig.

“Und when?”

“Tja, wie soll het zeggen”, zo zei de havenmeester in alle rust,”soms duurt es een paar stunde, soms een paar tage, eine woche of lenger”.

An die arbeit.

Waar is het water gebleven? Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Beide echtelieden sloeg de schrik nu geheel om het hart. Ze hadden de grap van de havenmeester niet begrepen.

“Och nein,……und mein Mann muss Montag wieder an die Ar­beit”, schreeuwde de vrouw, de handen in het haar en het hoofd neergebogen. Voor manlief was het blijkbaar gewoon, dat me­vrouw het woordvoeren geheel voor zich opeiste, want hij keek alleen geschrokken, maar zei niets.

Nu ook vond de havenmeester het toch tijd worden de beide quasi zeelieden attent te maken op één van de belangrijkste kenmerken van de Wad­den­zee, …eb en vloed.

Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog zin om te lezen? Lees dan de vorige blog “Opgeruimd staat netjes”, de volgende blog “Wij loomden een armband“of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen. Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Voor de krant schreef ik een jaar of twee een vaste rubriek onder de naam ‘heilig huisje’, waarbij we wekelijks een inkijkje gaven bij mensen thuis. Over hun woning, hun favoriete kamers daarin, de inrichting ervan en ga zo maar door.

Een van de gezinnen die ik voor deze serie bezocht, was een zeer sympathiek samengesteld gezin in Etten-Leur. Gedurende mijn bezoek viel mijn oog op de speelhoek van een van de kinderen. De jongen van een jaar of tien had een duidelijke passie voor ridders. Nou is daar op zich niets opmerkelijks aan. Wat me in deze opviel, was de wijze waarop zijn middeleeuwse Playmobil-leger opgesteld stond. Allemaal keurig in het gelid voor het kasteel, soort bij soort en elk met het juiste helmpje en harnasje aan. Hetzelfde gold voor de garage met de auto’s waar alles perfect in lijn geparkeerd stond én de lego. ,,Dat is een beetje een afwijking van mij”, antwoorde de moeder toen ik haar hiernaar vroeg. ,,Elke avond zet ik alles precies zo neer. Dat geeft me rust.”

Opgeruimd staat netjes, Tekst : Martijn Schraven, Illustratie: Jules Calis

Nou heeft Lizzy inmiddels ook haar eerste dozen Playmobil gekregen. Dat is dat spul dat de week na 5 december zo vrolijk tikt in de stofzuigerslang. En nou moet ik eerlijk zeggen: ik snap die moeder best. Het opbouwen kan op zich best ontspannend zijn. Maar om nou elke dag zo’n exercitie te houden. Ik ben allang blij wanneer ik op werkdagen alles een beetje aan kant heb tegen de tijd dat Patricia thuis komt van haar werk. De grote rieten mand is daarbij mijn vriend. Sowieso is het handig dat we een nis onder de trap hebben waar al het speelgoed staat. Dat oogt al vrij snel opgeruimd.

Om de maand, twee maanden, ontkom ik er echter niet aan om ook die kast eens helemaal leeg te halen. Wanneer alle Little People foetsie zijn en de duploberg geslonken is tot een heuveltje, is het tijd alles weer eens uit te sorteren. Dat zou in een uurtje kunnen. Met de hulp van twee tweejarigen en een kleuter, duurt het een middag. De wil om te helpen is er, maar de drang om te spelen is simpelweg groter. Na een uur of drie zitten alle puzzelstukjes weer in de juiste dozen, is het junior-monopoliespel weer compleet en puilt de blokkendoos weer uit met uitsluitend blokken. Dat was eergisteren. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Zo’n opschoonactie geeft daags erna altijd weer een enorme speelimpuls. Laura, helemaal blij dat de Little People-familie weer compleet is, begint meteen het dorp op te bouwen. Leon, kampioen blokjestorenbouwen, gaat met de blokkenmand in de weer. Julia ontpopt zich als Ikea-speelkeukenprinsesje en begint enthousiast te kokkerellen. Na een minuut of twintig verschuift de focus en pakken Laura en Lizzy het vier-op-een-rij-spel, wil Leon met de duplo verdergaan en laat Julia per ongeluk het etui met de kleurpotloodjes uit de handen vallen. Daarna moet er gepuzzeld worden.

Ik moet nog wel eens denken aan die moeder in Etten-Leur. Die deed sommige dingen toch echt een stuk beter dan ik, denk ik terwijl ik naar de speelkast naast me kijk.

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “In de supermarkt”, de volgende blog “Waar is het water gebleven?” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen. Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.