For the birds. Tekst: Martijn Schraven. Illustratie: Jules Calis. Animaartje.nl

We hebben een vogelhuisje in de tuin hangen. Zo’n semi-trendy dingetje in de vorm van een beach-style caravan. Een impulsaankoop bij een bouwmarkt vorig jaar. Lange tijd bleef het caravanhuisje zo leeg als een strandtent met Kerstmis.

Tot halverwege maart van dit jaar dan. Ineens zie ik twee vogeltjes. In het huisje, uit het huisje. Erop, eraf. Op een afstandje zitten kijken en weer dichterbij. Hoe vrolijk is dat! Enthousiast wijs ik Laura op het tafereel. Verrukt slaan we het lente-tafereeltje gade. Pas dan valt het Patricia op wat de beestjes werkelijk aan het doen zijn. Ze zijn het hartstikke hippe vogelverblijf stukje bij beetje aan het slopen. Om de afgebroken stukjes hout vervolgens mee te nemen naar elders. Ongetwijfeld naar een of ander ongezellig, saai dertien-in-een-dozijn-holletje.

Anderhalve week verder moet ik erkennen dat ik de twee kwetteraars in de achtertuin geheel ten onrechte de vinkentering toegewenst heb. Niet in de laatste plaats omdat het, zoals Patricia me terecht corrigeerde, geen vinken maar koolmeesjes zijn. Maar meer nog omdat het slopen van het huisje geen daad van baldadigheid blijkt. Volgens Wikipedia hebben deze vogels de gewoonte hun holletje te markeren voor ze aan de inrichting beginnen. Een beetje zoals het bordje ‘verkocht’ dat de makelaar in je tuin kiepert terwijl de verhuiswagen voorrijdt.

Met Laura bespreek ik hoe dat nou allemaal gaat, in zo’n nestkastje. ,,Wat komt er uit een eitje?”, vraag ik naar de bekende weg. ,,Een vogeltje”, antwoordt ze. En als ik wil weten waar dat eitje vandaan komt, kan ze me feilloos vertellen dat dit ‘uit de billen van de mama’ komt. Als ik vervolgens nóg een stapje verder ga door te vragen hoe dat kuiken daar dan in komt, zegt ze zonder op of om te kijken dat kuikens door een meneer in het ei gestopt worden. ,,En dan doen ze het ei in de vogel”, besluit ze. Het lijkt mij een vervelend klusje en ook voor de vogel in kwestie geen pretje. Ik laat het er voor nu bij.

Wekenlang leven we in onzekerheid of er nu wel of geen eitjes in het huisje liggen. Het gaatje is nogal klein en ik kan moeilijk met dat ding gaan rammelen om te horen of er iets in zit. We gaan er vanwege alle bedrijvigheid wel vanuit. Pas sinds de eerste week van mei hebben we zekerheid. Niet alleen vliegen pa en ma koolmees af en aan met wurmpjes en andere insectjes, we horen ook het constante getjilp van hongerige vogeltjes.

Het gepiep zwelt aan, telkens wanneer paps mees met een versnapering aankomt. En wanneer een mondje gevuld is, zetten de andere bekjes nog een tandje bij. Ik aanschouw het hele tafereel vanaf een afstandje. Al kijkend vallen me enkele veranderingen op bij vadervogel. Zeker ten opzichte van begin maart. De heldergele borstveren lijken wat valer, de zwarte streep over de buik is een beetje grijzer. Het verenkleed is ook aanzienlijk minder vol en oogt rommelig. De veertjes op zijn kop zijn een janboel. Vanuit mijn tuinstoel kan ik niet zien of hij ook kleine wallen onder zijn vogeloogjes heeft. Ik vermoed echter van wel. Hoe het ook zij: ik heb, bij deze, vanochtend mijn totemdier gevonden!

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Troostende rituelen….”, de volgende blog “Woodstock“ of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Rituelen en gewoonten.

Ze bieden ons houvast. In iedere fase van het leven. Zo serveerden wij afgelopen jaar traditioneel beschuit met blauwe muisjes na de geboorte van onze jongste zoon. Een gewoonte… Totdat ik mij afgelopen week realiseerde dat ik de oorsprong hiervan niet kende. Nieuwsgierig ging ik op onderzoek uit en ontdekte enkele leuke en interessante inzichten. Wist je bijvoorbeeld dat het koningshuis een rol heeft gespeeld in de populariteit van deze zoete geboorte traktatie?

In dit zelfde artikel lees ik een parallel met de prachtige branche waarin ik werkzaam ben:

“Vroeger kregen bezoekers van begrafenissen ook geregeld beschuiten voorgeschoteld, als symbool voor de broosheid van het leven”

Diezelfde broosheid van het leven waarmee ik laatst weer zo intens werd geconfronteerd, toen er veel te vroeg afscheid genomen moest worden van een veel te jong leven. Slechts 14 jaar mocht zij stralen, voordat zij naar de andere kant van de regenboog vertrok. Intens verdrietig en even leek de regen te overheersen. Toch heb je als familie en vrienden op zo’n moment juist ook behoefte aan de helende kracht van het zonlicht. Zonnestralen die gevormd worden door heel veel troostende woorden, beelden, gebaren en ja, ook rituelen.

Aan mij als uitvaartverzorger de eervolle, maar niet altijd makkelijke, taak om dit kleurrijke meisje een even zo kleurrijk afscheid te geven. Niet makkelijk, omdat dit nooit routine of standaard zal worden. Hier heb ik geen draaiboek voor, sterker nog, hier wil ik geen standaard draaiboek voor hebben. En zo zijn we, haar familie en ik, samen gaan creëren. We hebben regen gezien, we hebben zonlicht gezien. En precies op het punt waar deze twee elkaar ontmoeten ontstaat de regenboog. En we hebben het meisje laten stralen onder deze regenboog. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Met respect voor het ritueel

Troostende rituelen

Met respect voor het ritueel hebben we haar naar haar laatste rustplaats begeleid. Een bekende gewoonte bij het afscheid nemen aan het graf, is een schepje zand laten vallen op de kist. Een van oorsprong religieus gebruik, dat gemeengoed is geworden. Vaak genoeg heb ik de doffe plof van het vallende zand op de kist gehoord. Voor velen een herkenbaar ritueel met bijpassend geluid. Toch is dit niet het ritueel dat ik voor ogen heb bij een 14-jarig meisje. Nee, ik besluit het anders te doen. We gaan haar bedekken met een zachte deken van troost. In plaats van zand, heb ik 7 manden met verschillende kleuren rozenblaadjes langs het graf staan. Iedereen die de verdrietige taak heeft om haar de laatste groet te brengen strooit een kleur naar keuze over haar uit. Een moment van bezinning en een moment van respectvol afscheid nemen.

Één voor één passeren de vele bezoekers het graf. Tranen, een handkus, een gedempte snik.

De rij slinkt, de mandjes worden leger, haar kleurrijke deken wordt alsmaar dikker.

Het zijn dit soort persoonlijke invullingen van troostende rituelen die ons werk dankbaar maken….

Tekst: Dennis Vrolijk

De cirkel van het leven. Zowel fonkelnieuw als voltooid. Het zijn de beide uitersten van deze levenscyclus die onze gastblogger van deze week ziet. Dennis Vrolijk, Uitvaartverzorger, deelt recht uit het hart zijn meest bijzondere momenten. 

Mooi verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “In de touwen”, of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

‘Hoe ben ik hier in ’s hemelsnaam terecht gekomen?’, vraag ik mezelf af. Het is half elf zondagochtend. Ik hang zo’n drie meter boven de grond, op m’n sokken,  tussen kruiselings gespannen rubberen banden. Dit zijn wat mij betreft de momenten waarop ik al mijn life choices nog eens de revue laat passeren. Het korte antwoord is echter: ik hang hier omdat Patricia met het vrolijke idee kwam om weer eens naar een binnenspeeltuin te gaan. Vinden ze leuk. De kinderen.

in de touwen

Patricia gaat met de tweeling naar de peuterhoek en ik hou een oogje in het zeil bij Lizzy en Laura. Gretig verkennen ze het klim- en speeldoolhof. Glijbaan 1, glijbaan 2, omhoog, omlaag links, rechts. ,,Papa, hier zijn we”, klinkt het van tijd tot tijd. Ik zwaai dan even omhoog en dan kunnen ze weer verder. Op enig moment heeft Lizzy haar zinnen gezet op de glijbaan het verst verwijderd van de ingang. Laura is te lijmen met een natte vinger en zou haar zus volgen tot aan de poorten van de hel. Maar voor de poorten van de hel zitten geen kruiselings gespannen rubberen banden. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Papááá!

En hier, op een paar meter van de beoogde glijbaan, wel. Lizzy wurmt zich door de bovenste laag banden heen, en klimt naar een ondergelegen plateau van waaruit ze naar beneden kan roetsjen. Laura zet zichzelf vast en hoewel ze zich zonder gevaar door de zes etages aan rubber zou kunnen laten zakken, heeft ze het gevoel niet voor of achteruit te kunnen. ,,Papááá!”, roept ze met een piepende stem. ,,Papa komt”, zucht ik. Maar dat is makkelijker verzucht dan gedaan.

Op reddingsjacht

Goed, daar ga ik. Klimwand op, makkelijk zat. Gangetje door, een beetje bukken, hier en daar kruipen. Misschien goed om hierbij even te vermelden dat deze speelpaleizen op maat gemaakt zijn voor kinderen. Niet direct voor papa’s van een meter negentig. Ik ploeter verder. Door het driehoekje omhoog, weer een gangetje en dan over een touwbrug. Leuk. Hierna volgt een gele buis die een bocht van 180 graden maakt. Ik wurm me tussen twee rollen door en dan weer zo’n buis waarbij ik er nog niet achter ben of ik er nu slim aan doe om te tijgeren of om met de voeten vooruit te gaan. Duidelijk is me wel dat er géén manier is om dit met enig behoud van waardigheid te doen. Jeroen, een jeugdvriend die ik erg hoog acht, heeft de opleiding van het Korps Mariniers gevolgd. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Ik ben er bijna

U zult me niet horen zeggen dat deze opleiding een eitje is. Ik merk alleen op dat ik hem nooit heb horen praten over jezelf door felgele buizen of knalrode rollers proppen. Enfin. Ik ben er bijna. Even voorbij de kabelbaanboksbal en voorbij het laatste zigzagpad en ik bereik mijn oogappeltje met valangst. Ik laat me door de bovenste laag rubbers zakken, beland bijna twee verdiepingen lager en trek mezelf weer omhoog naar haar niveau. Ik geef Laura een klein kontje in de richting van de glijbaan. Ze zoeft naar beneden, waar Lizzy op haar wacht. Ze besluiten een spring/klimkussen aan de andere kant van de hal op te zoeken. Daar gaan ze. En hier hang ik. ,,Meneer, kunt u even aan de kant gaan”, hoor ik achter me. ,,Ik wil er graag even langs”, zegt een of andere snotneus van een jaar of tien.

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Kleuterspijbelaar”, de volgende blog Troostende rituelen…. of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.