Gast blogger

Dennis Vrolijk | 17 juli, 2017,

Hier aan de kust. Dennis Vrolijk. Uitvaartprofessional. animaartje.nl.

Het is nog een beetje fris als ik ’s ochtends het duinpad afloop richting het strandpaviljoen. Toch belooft het een zomerse dag te worden, want ik zie al enkele strandgasten die zich installeren voor een warme stranddag. Ik klop het zand van mijn schoenen en loop naar binnen op zoek naar de eigenaar van het paviljoen. Hij is al druk in de weer met de voorbereiding voor een hele bijzondere dag. Uitgerekend op deze zonnige dag hebben zij hun strandpaviljoen beschikbaar gesteld voor een hele bijzondere uitvaart, van een hele bijzondere jonge vrouw. Het zegt veel over de onderlinge band en de plaats die zij innam in deze hechte gemeenschap.

Samen met hem doe ik de laatste check van de locatie. Haar foto’s staan op tafel, het aanpalende boothuis is ingericht met tekeningen, foto’s en werkstukken van haarzelf. Dit is de ruimte waar straks haar kist komt te staan. Even moet ik slikken. Bij ieder tafeltje en hoekje in de ruimte bedenk ik me dat dit wel eens de tafel geweest zou kunnen zijn waar zij vorige week nog onbezorgd met haar ouders, broertjes of vriendje zat te genieten van gezelligheid, tapas en de Zeeuwse zon op haar stralende gezicht. Ik beeld me in dat ze aan dit tafeltje druk aan het appen is met haar vriendinnen over vakantieplannen, strandfeestjes en “zaken waar jonge vrouwen van 19 jaar nou eenmaal over praten”.

Nog één keer stralen

Een noodlottig ongeval, waar jonge mensen slachtoffer van waren, gooide al deze plannen in de war. En nu staan we hier dan in de, toch nog wel onwerkelijke situatie, dat we nog één keer een strand”feestje” organiseren voor haar. Het moet háár dag worden. Ze zal nog één keer stralen. Dat hebben mijn collega’s en ik haar ouders beloofd en dat zal lukken ook. Met deze afspraak aan mezelf laat ik de opbouw van de locatie vol vertrouwen over aan de eigenaar van het paviljoen en vertrek naar het huisadres.

Daar aangekomen geef ik haar moeder een knuffel en haar vader een stevige handdruk. Hun dochter zal vandaag voor het laatst het ouderlijk huis verlaten. We staan samen even stil bij dit onmogelijke moment voordat we ons klaarmaken voor vertrek. Vrienden van de ouders hebben belangeloos een VW T2 busje beschikbaar gesteld. En zo vertrekken we, “Ibiza-stijl”, samen met haar richting het strand.

Het afscheid.

Ze krijgt een ereplaats in het boothuis, uitkijkend op de door haar zo geliefde Zeeuwse kust. Ondertussen vult het strandpaviljoen zich met honderden mensen. Familie, vrienden, bekenden, collega’s. Iedereen is aanwezig om haar de eer te brengen die ze verdient. De middag verstrijkt met mooie anekdotes, tranen, verdriet en toch ook een zweem van gezelligheid. Op gepaste wijze wordt het glas geheven en geproost op haar leven. Tot dat moeilijke moment aanbreekt. We maken ons op voor haar allerlaatste strandwandeling. Haar ouders en broertjes begeleiden haar naar buiten. En bij het verlaten van het duinpad begint het langzaam te druppelen vanuit de inmiddels bewolkte lucht boven ons. Terwijl de regendruppels over het rouwbusje parelen nemen we afscheid van ieder die haar lief was. Zelfs de hemel huilt om het verlies van zo’n mooi persoon….

Tekst: Dennis Vrolijk

De cirkel van het leven. Zowel fonkelnieuw als voltooid. Het zijn de beide uitersten van deze levenscyclus die onze gastblogger van deze week ziet. Dennis Vrolijk, Uitvaartverzorger, deelt recht uit het hart zijn meest bijzondere momenten. 

Mooi verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Woodstock”, of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.
For the birds. Tekst: Martijn Schraven. Illustratie: Jules Calis. Animaartje.nl

We hebben een vogelhuisje in de tuin hangen. Zo’n semi-trendy dingetje in de vorm van een beach-style caravan. Een impulsaankoop bij een bouwmarkt vorig jaar. Lange tijd bleef het caravanhuisje zo leeg als een strandtent met Kerstmis.

Tot halverwege maart van dit jaar dan. Ineens zie ik twee vogeltjes. In het huisje, uit het huisje. Erop, eraf. Op een afstandje zitten kijken en weer dichterbij. Hoe vrolijk is dat! Enthousiast wijs ik Laura op het tafereel. Verrukt slaan we het lente-tafereeltje gade. Pas dan valt het Patricia op wat de beestjes werkelijk aan het doen zijn. Ze zijn het hartstikke hippe vogelverblijf stukje bij beetje aan het slopen. Om de afgebroken stukjes hout vervolgens mee te nemen naar elders. Ongetwijfeld naar een of ander ongezellig, saai dertien-in-een-dozijn-holletje.

Anderhalve week verder moet ik erkennen dat ik de twee kwetteraars in de achtertuin geheel ten onrechte de vinkentering toegewenst heb. Niet in de laatste plaats omdat het, zoals Patricia me terecht corrigeerde, geen vinken maar koolmeesjes zijn. Maar meer nog omdat het slopen van het huisje geen daad van baldadigheid blijkt. Volgens Wikipedia hebben deze vogels de gewoonte hun holletje te markeren voor ze aan de inrichting beginnen. Een beetje zoals het bordje ‘verkocht’ dat de makelaar in je tuin kiepert terwijl de verhuiswagen voorrijdt.

Met Laura bespreek ik hoe dat nou allemaal gaat, in zo’n nestkastje. ,,Wat komt er uit een eitje?”, vraag ik naar de bekende weg. ,,Een vogeltje”, antwoordt ze. En als ik wil weten waar dat eitje vandaan komt, kan ze me feilloos vertellen dat dit ‘uit de billen van de mama’ komt. Als ik vervolgens nóg een stapje verder ga door te vragen hoe dat kuiken daar dan in komt, zegt ze zonder op of om te kijken dat kuikens door een meneer in het ei gestopt worden. ,,En dan doen ze het ei in de vogel”, besluit ze. Het lijkt mij een vervelend klusje en ook voor de vogel in kwestie geen pretje. Ik laat het er voor nu bij.

Wekenlang leven we in onzekerheid of er nu wel of geen eitjes in het huisje liggen. Het gaatje is nogal klein en ik kan moeilijk met dat ding gaan rammelen om te horen of er iets in zit. We gaan er vanwege alle bedrijvigheid wel vanuit. Pas sinds de eerste week van mei hebben we zekerheid. Niet alleen vliegen pa en ma koolmees af en aan met wurmpjes en andere insectjes, we horen ook het constante getjilp van hongerige vogeltjes.

Het gepiep zwelt aan, telkens wanneer paps mees met een versnapering aankomt. En wanneer een mondje gevuld is, zetten de andere bekjes nog een tandje bij. Ik aanschouw het hele tafereel vanaf een afstandje. Al kijkend vallen me enkele veranderingen op bij vadervogel. Zeker ten opzichte van begin maart. De heldergele borstveren lijken wat valer, de zwarte streep over de buik is een beetje grijzer. Het verenkleed is ook aanzienlijk minder vol en oogt rommelig. De veertjes op zijn kop zijn een janboel. Vanuit mijn tuinstoel kan ik niet zien of hij ook kleine wallen onder zijn vogeloogjes heeft. Ik vermoed echter van wel. Hoe het ook zij: ik heb, bij deze, vanochtend mijn totemdier gevonden!

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Troostende rituelen….”, de volgende blog “Woodstock“ of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Rituelen en gewoonten.

Ze bieden ons houvast. In iedere fase van het leven. Zo serveerden wij afgelopen jaar traditioneel beschuit met blauwe muisjes na de geboorte van onze jongste zoon. Een gewoonte… Totdat ik mij afgelopen week realiseerde dat ik de oorsprong hiervan niet kende. Nieuwsgierig ging ik op onderzoek uit en ontdekte enkele leuke en interessante inzichten. Wist je bijvoorbeeld dat het koningshuis een rol heeft gespeeld in de populariteit van deze zoete geboorte traktatie?

In dit zelfde artikel lees ik een parallel met de prachtige branche waarin ik werkzaam ben:

“Vroeger kregen bezoekers van begrafenissen ook geregeld beschuiten voorgeschoteld, als symbool voor de broosheid van het leven”

Diezelfde broosheid van het leven waarmee ik laatst weer zo intens werd geconfronteerd, toen er veel te vroeg afscheid genomen moest worden van een veel te jong leven. Slechts 14 jaar mocht zij stralen, voordat zij naar de andere kant van de regenboog vertrok. Intens verdrietig en even leek de regen te overheersen. Toch heb je als familie en vrienden op zo’n moment juist ook behoefte aan de helende kracht van het zonlicht. Zonnestralen die gevormd worden door heel veel troostende woorden, beelden, gebaren en ja, ook rituelen.

Aan mij als uitvaartverzorger de eervolle, maar niet altijd makkelijke, taak om dit kleurrijke meisje een even zo kleurrijk afscheid te geven. Niet makkelijk, omdat dit nooit routine of standaard zal worden. Hier heb ik geen draaiboek voor, sterker nog, hier wil ik geen standaard draaiboek voor hebben. En zo zijn we, haar familie en ik, samen gaan creëren. We hebben regen gezien, we hebben zonlicht gezien. En precies op het punt waar deze twee elkaar ontmoeten ontstaat de regenboog. En we hebben het meisje laten stralen onder deze regenboog. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Met respect voor het ritueel

Troostende rituelen

Met respect voor het ritueel hebben we haar naar haar laatste rustplaats begeleid. Een bekende gewoonte bij het afscheid nemen aan het graf, is een schepje zand laten vallen op de kist. Een van oorsprong religieus gebruik, dat gemeengoed is geworden. Vaak genoeg heb ik de doffe plof van het vallende zand op de kist gehoord. Voor velen een herkenbaar ritueel met bijpassend geluid. Toch is dit niet het ritueel dat ik voor ogen heb bij een 14-jarig meisje. Nee, ik besluit het anders te doen. We gaan haar bedekken met een zachte deken van troost. In plaats van zand, heb ik 7 manden met verschillende kleuren rozenblaadjes langs het graf staan. Iedereen die de verdrietige taak heeft om haar de laatste groet te brengen strooit een kleur naar keuze over haar uit. Een moment van bezinning en een moment van respectvol afscheid nemen.

Één voor één passeren de vele bezoekers het graf. Tranen, een handkus, een gedempte snik.

De rij slinkt, de mandjes worden leger, haar kleurrijke deken wordt alsmaar dikker.

Het zijn dit soort persoonlijke invullingen van troostende rituelen die ons werk dankbaar maken….

Tekst: Dennis Vrolijk

De cirkel van het leven. Zowel fonkelnieuw als voltooid. Het zijn de beide uitersten van deze levenscyclus die onze gastblogger van deze week ziet. Dennis Vrolijk, Uitvaartverzorger, deelt recht uit het hart zijn meest bijzondere momenten. 

Mooi verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “In de touwen”, of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

‘Hoe ben ik hier in ’s hemelsnaam terecht gekomen?’, vraag ik mezelf af. Het is half elf zondagochtend. Ik hang zo’n drie meter boven de grond, op m’n sokken,  tussen kruiselings gespannen rubberen banden. Dit zijn wat mij betreft de momenten waarop ik al mijn life choices nog eens de revue laat passeren. Het korte antwoord is echter: ik hang hier omdat Patricia met het vrolijke idee kwam om weer eens naar een binnenspeeltuin te gaan. Vinden ze leuk. De kinderen.

in de touwen

Patricia gaat met de tweeling naar de peuterhoek en ik hou een oogje in het zeil bij Lizzy en Laura. Gretig verkennen ze het klim- en speeldoolhof. Glijbaan 1, glijbaan 2, omhoog, omlaag links, rechts. ,,Papa, hier zijn we”, klinkt het van tijd tot tijd. Ik zwaai dan even omhoog en dan kunnen ze weer verder. Op enig moment heeft Lizzy haar zinnen gezet op de glijbaan het verst verwijderd van de ingang. Laura is te lijmen met een natte vinger en zou haar zus volgen tot aan de poorten van de hel. Maar voor de poorten van de hel zitten geen kruiselings gespannen rubberen banden. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Papááá!

En hier, op een paar meter van de beoogde glijbaan, wel. Lizzy wurmt zich door de bovenste laag banden heen, en klimt naar een ondergelegen plateau van waaruit ze naar beneden kan roetsjen. Laura zet zichzelf vast en hoewel ze zich zonder gevaar door de zes etages aan rubber zou kunnen laten zakken, heeft ze het gevoel niet voor of achteruit te kunnen. ,,Papááá!”, roept ze met een piepende stem. ,,Papa komt”, zucht ik. Maar dat is makkelijker verzucht dan gedaan.

Op reddingsjacht

Goed, daar ga ik. Klimwand op, makkelijk zat. Gangetje door, een beetje bukken, hier en daar kruipen. Misschien goed om hierbij even te vermelden dat deze speelpaleizen op maat gemaakt zijn voor kinderen. Niet direct voor papa’s van een meter negentig. Ik ploeter verder. Door het driehoekje omhoog, weer een gangetje en dan over een touwbrug. Leuk. Hierna volgt een gele buis die een bocht van 180 graden maakt. Ik wurm me tussen twee rollen door en dan weer zo’n buis waarbij ik er nog niet achter ben of ik er nu slim aan doe om te tijgeren of om met de voeten vooruit te gaan. Duidelijk is me wel dat er géén manier is om dit met enig behoud van waardigheid te doen. Jeroen, een jeugdvriend die ik erg hoog acht, heeft de opleiding van het Korps Mariniers gevolgd. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Ik ben er bijna

U zult me niet horen zeggen dat deze opleiding een eitje is. Ik merk alleen op dat ik hem nooit heb horen praten over jezelf door felgele buizen of knalrode rollers proppen. Enfin. Ik ben er bijna. Even voorbij de kabelbaanboksbal en voorbij het laatste zigzagpad en ik bereik mijn oogappeltje met valangst. Ik laat me door de bovenste laag rubbers zakken, beland bijna twee verdiepingen lager en trek mezelf weer omhoog naar haar niveau. Ik geef Laura een klein kontje in de richting van de glijbaan. Ze zoeft naar beneden, waar Lizzy op haar wacht. Ze besluiten een spring/klimkussen aan de andere kant van de hal op te zoeken. Daar gaan ze. En hier hang ik. ,,Meneer, kunt u even aan de kant gaan”, hoor ik achter me. ,,Ik wil er graag even langs”, zegt een of andere snotneus van een jaar of tien.

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Kleuterspijbelaar”, de volgende blog Troostende rituelen…. of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.
Kleuterspijbelaar

Van de week hebben we Laura’s eerste 10-minuten-oudergesprek gehad. Ik moet heel eerlijk zeggen dat het me bijna ontschoten was. Niet in de laatste plaats omdat de juf er klakkeloos vanuit gaat dat ze dit soort afspraken met de moeder moet maken. Dat ik dagelijks aan de schoolpoort sta, is kennelijk onvoldoende om van het vastgeroeste patroon af te wijken. Ook het feit dat we bij inschrijving aangaven dat ik de eerste contactpersoon ben, verandert daar niets aan. Maar goed. Ook als ik wél rechtstreeks door de juf benaderd zou zijn, zou ik er niet heel erg mee bezig zijn geweest. Vooral omdat ze pas krap twee maanden op school zit. Voorafgaand aan haar vierde verjaardag zijn er een paar oefendagen.

Afscheid nemen.

Weken, zo niet maanden, heeft ze hier naartoe geleefd. Jaloers op grote zus Lizzy, die ze dagelijks mee weg gaat brengen. Ze gaat vanaf dag één met groeiend plezier naar school. Het afscheid bij de eerste dag deed mij meer dan haar, zo leek het. Ondanks dat ze nooit naar de kinderopvang of peuterspeelzaal ging, zegt ze stoer ‘doei’ om vervolgens samen met de juf haar jas en rugzakje op te gaan hangen. Dat gaat een stuk makkelijker dan bij een klasgenootje dat, afgaande op haar verzet, er vanuit lijkt te gaan dat ze binnen verplicht gaat worden de hele dvd-registratie van de Toppers in Concert te kijken. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Wanhopig klampt ze zich vast aan mama’s benen. Laura is inmiddels uit zicht verdwenen en ik ga naar huis. Het is ongelooflijk hoe rustig het kan zijn, bemerk ik. Niet dat Laura zo druk of lastig is wanneer ik thuis aan het werk ben. Maar de dynamiek verschilt nu eenmaal enorm. Twee of drie kinderen maakt nogal een verschil. Laura zit in ‘groepje nul’. Een bezemklasje voor alle kinderen die laat in het schooljaar jarig zijn. Zij maken gebruik van een klaslokaal in de uitbouw, en komen hier binnen via een eigen ingang. Volgend jaar gaat ze naar groep 1.

Wanneer ik haar ’s middags ophaal is ze er helemaal vol van. ,,En weet je papa”, vertelt ze met een twinkeling in haar ogen, ,,er was een jongen en die had een schéétje gelaten!” Tja, met dit soort hilariteit is het natuurlijk een feest om naar school te gaan.

Kleuterspijbelaar.

Volgens de juf doet ze het goed. Ze kan in de kringgesprekjes nog wat timide zijn, maar verder lijkt ze haar draai prima gevonden te hebben. Ze is dikke maatjes met Flynn en is dol op de huishoek en de blokkenzolder. ,,Alleen”, zegt de juf. ,,we zijn haar af en toe kwijt.” Pardon? Ik wil niet zo’n curling ouder zijn die alle oneffenheden voor zijn kroost wegpoetst en al helemaal niet zo’n bemoeipapa die denkt iets te moeten vinden van de lesstof en -methodiek of de wijze waarop het onderwijspersoneel haar werk doet. Maar het bijeen houden van de kinderen lijkt me, zeker bij deze kleinsten, toch best een stukje core business van een basisschool.  

Zo’n groepje nul bestaat nota bene uit amper vijftien kinderen. ,,Nou”, legt de juf uit, ,,ze loopt af en toe achter me langs de klas uit, of ze neemt wanneer ze naar het toilet is geweest expres een andere afslag. Verschillende leerkrachten zijn haar al tegengekomen op de gang. Ze heeft ontdekt hoe ze binnendoor bij de andere klassen kan komen. Laura gaat graag even bij de klas van Lizzy kijken en zwaaien. Onze kleuterspijbelaar is erg dol op haar zus.” M’n dochter is vier en spijbelt af en toe. De juf kijkt er wat moeilijk bij maar ik moet er stiekem erg om lachen.

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Een blog uit 2017. Toch nog steeds actueel”, de volgende blog In de touwen of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

“Het is 02.30 uur ’s nachts als onze kleine man zich luidkeels meldt voor de nachtvoeding. Ik geef mijn vriendin een kus op haar voorhoofd en laat haar nog even slapen.

Terwijl ik de paar uurtjes slaap uit mijn ogen wrijf, loop ik met mijn zoontje naar beneden om de fles te maken voor hem. Als kersverse papa is dit inmiddels na een aantal weken ons ritueeltje geworden.

Ik zit even heel erg gelukkig te zijn met mijn pasgeboren zoon op mijn arm…

Een blog uit 2017. Toch nog steeds actueel....., Animaartje

Als de fles leeg is, breng ik hem terug naar boven en maak aanstalten om zelf ook weer een paar uur te kunnen slapen. Ik kijk nog even dromerig naar mijn zoon tot ik ruw uit deze droom gewekt word door het geluid van mijn telefoon. Het is de meldkamer… Tijd voor een realitycheck. Ik word geconfronteerd met de dualiteit waar wij in ons werk wel vaker mee te maken hebben. Nog aan het genieten van het fonkelnieuwe leventje in de kamer naast me noteer ik de gegevens van een voltooid leven.

Ik loop naar beneden zodat ik de nabestaanden in alle rust kan bellen. Aan de andere kant van de lijn krijg ik een man wiens vader zojuist op 89-jarige leeftijd rustig is ingeslapen. Ik condoleer hem en hoor rustig zijn verhaal aan. “Ja verdrietig, maar het zat er aan te komen. Op deze leeftijd hou je er toch rekening mee. We zijn blij dat hij niet al te veel pijn heeft gehad en dat hij in ons bijzijn is ingeslapen”. (verhaal gaat verder onder de advertentie)

Ik spreek met meneer af dat zijn vader vannacht nog wordt verzorgd door mijn collega’s en zelf maak ik de afspraak dat ik de volgende ochtend langskom om alle wensen voor de uitvaart door te spreken. Ik wens hem nog veel sterkte en hang op.

Met een onbestemd gevoel zit ik nog even voor me uit te staren. Ik kan en wíl de slaap nog niet vatten. Ik loop naar boven en in plaats van de deur naar onze slaapkamer open ik de deur naar de babykamer. Ruim een uur sta ik aan de rand van zijn bedje verliefd naar onze kleine held te staren. En spreek ik heel zachtjes de vurige wens uit dat ik ook minstens 89 jaar mag worden om nog zo lang mogelijk van hem te kunnen genieten….

Tekst: Dennis Vrolijk

De cirkel van het leven. Zowel fonkelnieuw als voltooid. Het zijn de beide uitersten van deze levenscyclus die onze gastblogger van deze week ziet. Dennis Vrolijk, Uitvaartverzorger, deelt recht uit het hart zijn meest bijzondere momenten. 

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Wij loomden een armband”, de volgende blog “Kleuterspijbelaar” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Deze column levert enige vertraging op. U, beste lezer, merkt daar niks van. Op het moment dat u dit leest is het verhaal immers geschreven. Maar voor mij ligt de hele planning van de dag enigszins overhoop. En in één moeite door help ik meteen ook de planning om zeep van degene die de tekeningen bij mijn verhaaltjes maakt.

Tekst: Martijn Schraven Illustratie: Jules Calis. Ik ben aan het loomen want Lizzy wil het leren. Wij loomden een armband

In mijn verdediging: daar is een goede reden voor. Ik ben namelijk aan het loomen. Lizzy wil het zo ontzettend graag leren en ik kan niet altijd m’n werk op de eerste plaats zetten, vind ik. Kleine bijkomstigheid is dat ik nog niet eerder geloomd heb. Voor diegene die het even gemist heeft: loomen is de eigentijdse variant van punniken. Een loomset bestaat, in ons geval, uit een plastic bewaardoos verdeeld in vijftig kleine vakjes, een soort van mini-haaknaaldje, een plastic plankje met pinnetjes en ongeveer 3,2 miljoen felgekleurde kleine elastiekjes. Er zit ook een instructiebeschrijving bij. Maar deze is even bruikbaar als een in het Swahili opgestelde magnetronhandleiding.

Online hulp inschakelen.

Ik zoek mijn heil online en kom uit bij een vlogstertje van een jaar of elf die een beginnerscursus geeft. Ik worstel me, met een paar keer een stukje terugkijken, dat geef ik toe, door een kwartier aan tienergekwebbel heen en denk het basisprincipe te snappen. Had ik al eens gezegd dat ik niet geschikt ben voor klein gefriemel? Zo niet, dan bij deze. Ik heb voor dit soort dingetjes eigenlijk ook helemaal geen geduld. Maar goed, na een hoop gezucht en enig binnensmonds gevloek is het zover. Mijn eerste loom-armbandje is een feit. Of ik trots was? Meer dan ik ooit toe zal geven. Hierna komt deel twee. Lizzy leren loomen. Lizzy heeft haar vaders ongeduld en enthousiasme. ,,Ja, nou snap ik het wel. Ik heb m’n bril op hoor!”, zegt ze nadat ik de handeling – een kwestie van de elastiekjes op een bepaalde manier in elkaar haken – amper anderhalve keer heb voorgedaan. Ik laat haar even aanklooien en doe het daarna nog een paar keer voor. (tekst gaat verder onder de reclame)

Na drie lusjes laat ik haar even zelf verdergaan zodat ik de tweeling uit bed kan halen. Ik ben bezig met Julia’s pamper als ik een luid ‘papááá’ van beneden hoor komen. ,,Ik weet niet meer waar ik ben.” Als ik vijf minuten later beneden kom zie ik dat dit klopt en dat ze lukraak lusjes over de pinnetjes heeft gehaald. We beginnen gewoon even opnieuw. En even later nog een keer.

En dan gaat de telefoon..

Ik mag dan het werk even op de tweede plek gezet hebben, dit gaat over mogelijke opdrachten voor komend weekend. Ik neem op en Lizzy zegt dat ik het niet te lang mag maken. Acht minuten later draai ik me weer om en zie dat de bak met loombandjes de aandacht van Leon en Julia heeft getrokken.  De 3,2 miljoen felgekleurde bandjes die pre-telefoongesprek nog netjes gesorteerd in de bakjes zaten, liggen nu in een grote bonte berg op en onder de tafel. Ik zal het schrijven nog even uitstellen tot na het stofzuigen. Twee uur nadat Lizzy vroeg of we alsje-alsje-alsjeblieft konden gaan loomen, bevestig ik het sluitinkje aan haar eerste zelfgemaakte loomarmbandje. Lizzy glundert van trots. Eindelijk kan ook zij loomen. ,,En zullen we nu een ring en een ketting gaan maken?”, stelt ze voor. ,,Een volgende keer”, antwoord ik. ,,Met mama.”

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “Waar is het water gebleven?”, de volgende blog “Een blog uit 2017. Toch nog steeds actueel” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Tergend langzaam gleed het jacht de Waddenzee‑jachthaven bin­nen. Op de plecht stond een fors gebouwde dame quasi pro­fessioneel loodswerk te verrich­ten. Met nerveuze hand‑ en voet­gebaren  gaf zij de eveneens fors ge­bouwde roerganger aanwij­zingen. Beiden waren gehuld in de allernieuwste ex­clusieve, sportieve bootkleding. Met behulp van walkanters kon na enige tijd worden  afgemeerd.

Waar is het water gebleven? Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Het schitterende jacht trok veel bekijks. De prachtig en te­vens functionele vormgeving van het uiterlijk verried de grote klasse van het jacht. Ruim dertig meter lang en uitge­rust met de meest geavanceerde, moderne apparatuur op het gebied van navigatie en vaarbeheersing.

Het gedrag van de twee, uit Duitsland afkomstige echtelieden, deed vermoeden, dat beiden alle fijne kneepjes van het varen tot in de puntjes onder de knie hadden. De belangstel­ling voor hun vaartuig en voor henzelf streelde duide­lijk hun trots. Toen de belangstel­ling iets was afgenomen verlieten beiden het jacht voor een bezoek aan het dorp. Zij behangen met een grote hoe­veelheid gouden sieraden en kettingen en gestoken in de laatste mode uit Parijs. Hij ge­kleed in een zeemanstenue, waar zelfs een mari­ne‑admiraal jaloers op zou kunnen wor­den.

Bij de havenmeester

Na ruim vijf uur keerden zij terug naar de jachthaven. Bij het aanschouwen van de haven sloeg bij mevrouw zichtbaar de schrik om het hart. De ogen werden groot en de mond viel open. Ook meneer leek zichtbaar onthutst van de aanblik. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Zo snel als de benen hun konden dragen begaven zij zich naar het kantoor van de havenmeester. Deze stond rustig voor de deur, kauwend op een pas gedraaide sigaret, die nog niet was aangestoken, zijn ogen tuurden over het wad. Geheel buiten a­dem begon de vrouw, happend naar lucht, haar ontsteltenis aan de havenmeester kenbaar te maken.

“Wo ist das Wasser gebleben”, vroeg zij wijzend naar het drooggevallen wad.

Inwendig gierend van het lachen, maar uiterlijk in alle ernst, zei de havenmees­ter: “Tja?…..”.

“Kommt es wieder”, onderbrak de vrouw, die de wanhoop nabij leek. Van de zo profes­sioneel lijkende zeevrouw was niet veel meer over.

“Eh, ja het komt wieder”, antwoordde de havenmeester ernstig.

“Und when?”

“Tja, wie soll het zeggen”, zo zei de havenmeester in alle rust,”soms duurt es een paar stunde, soms een paar tage, eine woche of lenger”.

An die arbeit.

Waar is het water gebleven? Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Beide echtelieden sloeg de schrik nu geheel om het hart. Ze hadden de grap van de havenmeester niet begrepen.

“Och nein,……und mein Mann muss Montag wieder an die Ar­beit”, schreeuwde de vrouw, de handen in het haar en het hoofd neergebogen. Voor manlief was het blijkbaar gewoon, dat me­vrouw het woordvoeren geheel voor zich opeiste, want hij keek alleen geschrokken, maar zei niets.

Nu ook vond de havenmeester het toch tijd worden de beide quasi zeelieden attent te maken op één van de belangrijkste kenmerken van de Wad­den­zee, …eb en vloed.

Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog zin om te lezen? Lees dan de vorige blog “Opgeruimd staat netjes”, de volgende blog “Wij loomden een armband“of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen. Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Voor de krant schreef ik een jaar of twee een vaste rubriek onder de naam ‘heilig huisje’, waarbij we wekelijks een inkijkje gaven bij mensen thuis. Over hun woning, hun favoriete kamers daarin, de inrichting ervan en ga zo maar door.

Een van de gezinnen die ik voor deze serie bezocht, was een zeer sympathiek samengesteld gezin in Etten-Leur. Gedurende mijn bezoek viel mijn oog op de speelhoek van een van de kinderen. De jongen van een jaar of tien had een duidelijke passie voor ridders. Nou is daar op zich niets opmerkelijks aan. Wat me in deze opviel, was de wijze waarop zijn middeleeuwse Playmobil-leger opgesteld stond. Allemaal keurig in het gelid voor het kasteel, soort bij soort en elk met het juiste helmpje en harnasje aan. Hetzelfde gold voor de garage met de auto’s waar alles perfect in lijn geparkeerd stond én de lego. ,,Dat is een beetje een afwijking van mij”, antwoorde de moeder toen ik haar hiernaar vroeg. ,,Elke avond zet ik alles precies zo neer. Dat geeft me rust.”

Opgeruimd staat netjes, Tekst : Martijn Schraven, Illustratie: Jules Calis

Nou heeft Lizzy inmiddels ook haar eerste dozen Playmobil gekregen. Dat is dat spul dat de week na 5 december zo vrolijk tikt in de stofzuigerslang. En nou moet ik eerlijk zeggen: ik snap die moeder best. Het opbouwen kan op zich best ontspannend zijn. Maar om nou elke dag zo’n exercitie te houden. Ik ben allang blij wanneer ik op werkdagen alles een beetje aan kant heb tegen de tijd dat Patricia thuis komt van haar werk. De grote rieten mand is daarbij mijn vriend. Sowieso is het handig dat we een nis onder de trap hebben waar al het speelgoed staat. Dat oogt al vrij snel opgeruimd.

Om de maand, twee maanden, ontkom ik er echter niet aan om ook die kast eens helemaal leeg te halen. Wanneer alle Little People foetsie zijn en de duploberg geslonken is tot een heuveltje, is het tijd alles weer eens uit te sorteren. Dat zou in een uurtje kunnen. Met de hulp van twee tweejarigen en een kleuter, duurt het een middag. De wil om te helpen is er, maar de drang om te spelen is simpelweg groter. Na een uur of drie zitten alle puzzelstukjes weer in de juiste dozen, is het junior-monopoliespel weer compleet en puilt de blokkendoos weer uit met uitsluitend blokken. Dat was eergisteren. (tekst gaat verder onder de advertentie)

Zo’n opschoonactie geeft daags erna altijd weer een enorme speelimpuls. Laura, helemaal blij dat de Little People-familie weer compleet is, begint meteen het dorp op te bouwen. Leon, kampioen blokjestorenbouwen, gaat met de blokkenmand in de weer. Julia ontpopt zich als Ikea-speelkeukenprinsesje en begint enthousiast te kokkerellen. Na een minuut of twintig verschuift de focus en pakken Laura en Lizzy het vier-op-een-rij-spel, wil Leon met de duplo verdergaan en laat Julia per ongeluk het etui met de kleurpotloodjes uit de handen vallen. Daarna moet er gepuzzeld worden.

Ik moet nog wel eens denken aan die moeder in Etten-Leur. Die deed sommige dingen toch echt een stuk beter dan ik, denk ik terwijl ik naar de speelkast naast me kijk.

Tekst: Martijn Schraven
Illustratie: Jules Calis / Pix4Profs
Zundert.nieuws.nl

Martijn Schraven (1978) is freelance journalist, tekstschrijver, lezer en liefhebber van muziek die al lang niet meer gemaakt wordt. Maar eerst en vooral papa. Thuispapa, om precies te zijn. Dat léék ooit een heel logische keuze. Met regelmaat geeft hij middels zijn columns een inkijkje in zijn dagelijkse beslommeringen.

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog meer zin om te lezen? Lees ook de vorige blog “In de supermarkt”, de volgende blog “Waar is het water gebleven?” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen. Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.

In het dagelijkse leven is de supermarkt, maar ook de slager, de bakker en groenteboer zijn uitgegroeid tot centrale middel­pun­ten. Ieder­een moet er wel met enige regelmaat heen voor zijn of haar dagelijkse levensmiddelen. In de vakan­tietijd is het eigen­lijk al niet veel anders, want ook dan hebben de super­markt, de bakker, de slager en de groenteboer  in de vakantieplaats of park de­zelfde funktie als in de eigen woonplaats. Reeds in de vroege mor­gen steve­nen de vroege vogels naar die be­drijven, alwaar voor­raden kunnen worden gekocht ten be­hoeve van de versterking van de inwendige mens. De een meer uitgeslapen als de ander, maar allemaal met hetzelfde doel. Nauwelijks zijn de zaken open of de eerste klan­ten dienen zich al aan.

In de supermarkt. Klanten hebben stress tijdens het boodschappen doen. Zelfs tijdens de vakantie. De cassiere maakt zich niet druk en laat het gewoon gebeuren.

In de supermarkt worden boodschappenwagen voor zich uitge­duwd, lave­rend tussen stellin­gen, koelvitrines, bood­schappen­wagens van anderen, richting kassa. Alwaar zich, zelfs op dit voor vakantiegangers vroege tijd­stip, de eerste opstop­pingen voordoen. En dit ondanks de hoge aan­slagsnel­heid van de ge­routi­neerde caissière. Spoedig wordt de deze opstopping een kluwen van mensen, winkelwa­gens, tassen, die eigenlijk de gehele morgen niet meer op­lost.

In deze melee van wachtende klanten, jankende kinderen en blaffende honden ‑wiens toegang eigenlijk de zaak is ontzegd middels een duide­lijk bord op de deur‑ ontstaan bijzonder interessante gesprekken. Waarbij vooral het weer tijdens deze va­kantie en de vermeende onbetrouwbaarheid van het KNMI centraal staan. Een ander geliefd onderwerp is de lange rij voor de kassa, in de trant van “…bij ons in Huppeldepup staan er eigenlijk nooit zulke lange rijen. Maar ja daar heb­ben ze ook meer personeel”.

Men heeft dan wel vakantie, maar het feit dat men voor de boodschappen vroeg is opgestaan, heeft alles te maken met de verdere indeling van de dag. Daarom is ook in deze periode, die eigenlijk de mens tot rust zou moeten brengen, de tijd van groot belang. De vakantie is immers voorbij voor je er erg in hebt. (tekst gaat verder onder de advertentie).

Hier en daar ontstaan reeds de eerste irritaties over de leng­te van de wacht­tijd voor de kassa. De caissière krijgt hierbij meest­al de schuld. Ze treu­zelt te veel of is anderzijds niet snel ge­noeg. De irritaties lopen helemaal hoog op als ie­mand met slechts een pakje boter denkt voor te kunnen gaan. De een bijt de ander toe, dat ook zij op haar beurt moet wachten. De ander ontkent voor haar beurt te willen gaan. Het gekibbel groeit dan snel uit tot een ware klimax.

In de supermarkt. Klanten hebben stress tijdens het boodschappen doen. Zelfs tijdens de vakantie. De cassiere maakt zich niet druk en laat het gewoon gebeuren.

Maar verstandig als de caissière in mijn geval was, liet zij de beide kibbelen­de dames rustig hakketakken en begon met het afrekenen van een ander. U kent dat wel, waar twee honden vechten om een been, gaat de derde mee heen.

Maar o jee, een kapitale fout van de caissière. Beide kibbelen­de dames richten nu eendrachtig hun toorn tot de caissière. Wie denkt zij wel dat zij is. En dat zou in de supermarkt in de eigen woonplaats nooit zijn gebeurd. Zij wa­ren aan de beurt en niet die man, die achter hen had gestaan, met zijn ene flesje melk.

Het arme kind, ze deed zo haar best, maar ja tijd is tijd, ook voor vakantiegan­gers. In die periode schijnen velen nog gehaas­ter en prikkelbaarder te zijn, dan in het normale dagelijkse leven.

Maar ik heb er wel van genoten, want die klant met dat ene flesje melk was ikzelf.

Alleen ik had geen vakantie.

Geschreven door gast blogger “De Eilander”

Leuk verhaal? Laat hieronder dan een reactie achter.

Nog zin om te lezen? Lees dan de vorige blog “Koning Leon”, de volgende blog “Opgeruimd staat netjes” of kijk in het overzicht voor meer leuke verhalen. Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder

Wil je dat jouw vrienden dit ook lezen? Delen is makkelijk via de knoppen hieronder.